GEMAKKELIJK GEVONDEN?
donderdag 26 juni 2025
Een simpele en veel gebruikte vraag om bij een date het gesprek op gang te trekken. Simpel antwoord ook: ‘Jawel, dat viel mee, gps hé!’
Maar dan stokt de babbel. Dus een andere vraag.
’Waar woon je eigenlijk?’.
’ In Berg. En jij? ‘
‘In Dal.’
Dan opnieuw stilte, zenuwachtig heen en weer geschuifel op zoek naar volgende vragen:
‘ Berg? Ik ken dat niet. Waar ligt dat ergens?’
‘Dat is een klein dorpje in de buurt van het stadje Bergendal.’
‘Heb je hobby’s?’
‘Ja, paardrijden en zwemmen. Niet tegelijk hé!’
‘Oké. Ik speel jazz en tuinier. Ook niet tegelijk hé!’
‘ Ha ha...Wat doe je voor werk?’
Zolang de voorraad vragen strekt, kan de babbel verder kabbelen. Maar het loopt niet vlot, eerder stroef met ongemakkelijke stiltes. Het grappige is dat we dit als daters zelf veroorzaken door het soort vragen dat we aan elkaar stellen. Het gaat om gesloten vragen zoals vragen waar je met ja of neen kan op antwoorden. En dan stilte. Of vragen waarop je het antwoord niet zelf moet produceren omdat het al op voorhand vastligt in de feiten zoals: ’Hoeveel kinderen heb je?’ Je kan het daar dus gewoon aflezen, kort en bondig. Stilte!
‘Ben je voor of tegen LAT-relatie?’ of ‘Hou je meer van popmuziek dan van jazz?’ Dit zijn meerkeuzevragen waarvan het antwoord in de vraag zelf al ligt opgeslagen. Opnieuw simpel, kort en bondig. Stilte!
‘Wat vind jij belangrijk in een relatie?’
Waar knap je in een relatie op af?
‘Waarom ben je toen van werk veranderd?’
‘Hoe sta je tegenover LAT-relaties? ‘
Op dit soort vragen ligt het antwoord niet op voorhand kant en klaar, maar is nog open. Ze heten daarom ook open vragen. Ze beginnen vaak met WAT, HOE of WAAROM. Je moet dan zelf het antwoord produceren waardoor je meer over je eigenste zelf prijsgeeft, over jouw overtuigingen, gevoelens, ervaringen, voorkeuren, verwachtingen of dromen. Ze zijn dus uiterst geschikt om iemand echt te leren kennen. En ze houden ook het gesprek gaande. Er vallen minder gemakkelijk stiltes.
‘Zou het toch niet beter zijn als we met zijn allen minder vlees eten?’
‘Vind je ook niet dat onze soort nogal snel en gemakkelijk van lief verandert?’
Dit zijn suggestieve vragen. De vraagsteller suggereert zelf het gewenste antwoord. Ze zijn dus doorzichtig en je kan dan gemakkelijkheidshalve de vraagsteller naar de mond praten. Om sympathie op te wekken. Maar boer pas op je ganzen! Geoefende communicators gebruiken dit soort vragen al eens met bijbedoelingen die niet meteen open en bloot op tafel liggen. Zo kan iemand ze gebruiken om erachter te komen of jij een naar-de-mond-prater bent of niet. Foei, die snoodaards! Maar je kan ze ook een koekje van eigen deeg geven. Op de suggestie omtrent dat te snel van lief veranderen bijvoorbeeld, kan je antwoorden: ‘Dat mag wat mij betreft nog wat sneller.’ Om dan nieuwsgierig te observeren hoe de vraagsteller op jouw dwarsheid reageert. Leuk.
Tot zover een paar tips en tricks voor gevorderde daters. En om het af te leren nog deze quote: ‘‘Wil je me echt leren kennen, stel dan vooral geen vragen!’ Misschien meer hierover in een volgende blog.
‘Knowing the answer will help you in school.'
'Knowing how to question will help you in life.’
Enjoy the road
Jijikwij
geplaatst door jijikwij - 2107 keer gelezen
Vorige berichten
Allee Jef, zet u daar!
Ik struin rond in een park. Zomerse tijd. Het zwerk hel blauw. Het vele groen zongekleurd en welriekend. Wemelend jong volk. Herinneringen en heimwee. Lang geleden was ik er student zonder lief.
Ik ruik, voel, geniet met volle teugen. Ik kijk gulzig rond en zoom vooral in op mensenkoppels voor zover dat van buitenaf te zien is. Zoals vlak voor mijn neus. Hij een paar meter voorop, ietwat voorover gebogen, handen netjes op de rug. Zij er achteraan. Op een paar meters afstand. Haar gezichtje een beetje op donderweer. Hij kijkt af en toe om in haar richting en vangt onderweg veel schoon van deze studentenstad. Zo gaan ze hun gang.
Of daar. Hij en zij zitten naast elkaar op een terras. Ze kijken richting passerend volkje en produceren moeiteloos edoch eensgezind rechtlijnig commentaar. Niet veel positiefs zo te horen maar alles ter rechtvaardiging van het eigen gelijk en van hoe het vroeger allemaal beter was. Geen wolkje twijfel.Tot ze uit het niets aan het tafeltje naast hen, gezelschap krijgen. Een ander koppel, zo vermoed ik. Hij met verse sandaaltjes en witte sokken. Zij: ‘ Allee Jef zet u daar!’ En zo geschiedde. Met zijn rug naar de kleurrijke passage van mensen in vakantiestemming. De bediening laat een halve minuut op zich wachten maar dat is buiten haar gerekend. Zij veert op, stapt met stoute tred zelf naar de toog en komt terug met twee pintjes. Wat volgt is stilte. Het witte sokkenkoppel kijkt elkaar aan en fronst voor één keer woordeloos de wenkbrauwen. Tegelijk!
Ik struin verder en glijdt een beetje af in een jamber-roes: ‘Koppels. Wie zijn ze? Waar gaan ze naar toe? En waarom blijven ze bij elkaar?’ Tot ik er weer eentje in het vizier krijg. Veertigers of daaromtrent. Ze lopen dicht naast elkaar. Niet hand in hand maar met speels of uitdagend fysiek contact. Zo af en toe. En dan hun blikken. Ook af en toe richting elkaar in een wolk van warme verbondenheid. En stralend contentement. Geen woorden. Nu toch niet. Enkel samen ‘zijn’ in de stad waar voor mij veel begon. Ach hoe heerlijk lijkt dat. Misschien ooit nog eens echt.
Jij giechelt, ik lach
Jij glundert, ik smelt
Jij glimlacht, ik geniet
Om wat je woordeloos vertelt
Enjoy the road
Jijikwij
EEN WERKWOORD
Liefde is een werkwoord. We kennen deze quote. Partners moeten met elkaar praten en overleggen, duidelijke afspraken maken, gevoelens uiten, op een positieve manier feedback geven, de lasten evenredig verdelen, ook al eens rekening houden met de andere, conflicten of meningsverschillen constructief oplossen,…Deze en andere werkthema’s gaan niet echt over liefde maar over relaties. Daar zou dan moeten aan gewerkt worden. Dit klinkt aannemelijk want voor niets gaat de zon op. Maar het ene werken is het andere niet. Als je ’s ochtends monter en wel uit bed glijdt en staat te trappelen van ongeduld om te gaan werken, dan voelt dit als iets leuks, uitdagend, als iets wat energie geeft in plaats van kost, zeg maar als een soort hobby. Wanneer er dan op het werk spanningen, conflicten, meningsverschillen opduiken, dan ben je vragende of zelfs eisende partij om ze aan te pakken en op te lossen. Om eraan te werken als iets vanzelfsprekends. Maar als je ‘s ochtends bij de gedachte aan het werk jezelf als het ware letterlijk uit bed moet trekken, dan kleurt dat werken jouw dag niet.
Dit gaat ook op voor liefde en relaties. Waar er liefde is, voelt het vanzelfsprekend om stoorzenders aan te pakken. Dit kost allicht inspanning en moeite maar voelt niet aan als werken. Maar waar geen liefde is, wordt elke relatie een werkwoord dat helaas geen liefde zal voortbrengen.
Ik vergelijk liefde of wat we eronder verstaan nogal eens met een primer. Dit klinkt wellicht wat aards of oneerbiedig, wat niet mijn bedoeling is. Maar we kennen allemaal het nut van primers. Ze geven aan al wat er bovenop wordt geverfd of gevernist een mooiere kleur of glans, een grotere duurzaamheid. Zo vergaat het ook de liefde. Het is de basislaag waardoor relatievormen waarin die liefde gegoten is, pas goed tot hun recht komen en veel minder onderhevig zijn aan krassen, verkleuring of slijtage.
De verholen boodschap hierachter is natuurlijk dat partners of koppels wellicht eerder aan hun liefde moeten werken dan aan hun relatie. Maar kan dat wel of hoe doe je dat? Ik besef dat ik hiermee op glas ijs kom, want liefde kan je natuurlijk niet uitgieten in regeltjes, recepten of vaardigheden zoals je dan met relaties wel kan. Ze laat zich immers niet grijpen.
Dus partners of bijna-partners, gescheiden of nog net-niet-gescheiden-partners en alle stellen wie het interesseert: ga tegenover elkaar zitten en kijk elkaar een tijdje in de ogen of probeer dat in elk geval te doen. Word je er bewust van of dit zonder moeite lukt – toneeltje spelen in deze hou je toch niet lang vol - en ook nog warm aanvoelt. Als dit zo is, dan zit het met de liefde als primer alvast niet slecht. In het andere geval is er heel wat werk aan de winkel.
Liefde is wat jouw relatie draaiende houdt
Enjoy the road
jijikwij
ONTTROUWEN
Woorden. We kennen er veel. We ordenen ze in zinnen tot betekenis die we uitsturen of ontvangen. Met graagte of weerzin.
Maar woorden doen meer. Ze zijn niet neutraal. Ze hakken in op hoe we denken. Op wat we geloven of van overtuigd zijn. Op hoe we ons voelen en uiteindelijk op wat we doen en laten. Een filosofische gedachte allicht die roept om een beetje toelichting. Dat doe ik met graagte.
Ze ontmoeten elkaar datinggewijs of gewoon bij toeval. Daarna blijven ze elkaar zien. Af en toe. Op afspraak als het ware en als ze er zin in hebben. Om te spelen. Om te genieten. Ieders lastigheid in of met het bestaan te passeren, uit de weg te gaan. Ze kiezen voor genot. Leuke doenderij samen, die in het oog van omgevingspassanten nieuwsgierigheid uitlokt. Omwille van niet goed kunnen plaatsen wat ze aan het doen of laten zijn. Tot op een dag iemand het licht aansteekt. Er een woord op plakt: ‘friends with benefits’. En daar gaan we dan. Het nieuwe etiket geraakt snel verbreid. Gekoppeld aan veel oordelen en reacties: ‘Ha…zo egoïstisch. Zonder verantwoordelijkheid of engagement. Typisch voor deze tijd.’
Hoe mensen met elkaar omgaan verandert voortdurend. Er ontstaan haast secondegewijs nieuwe of andere fenomenen of processen in relatieland. Ze passeren in den beginne algeheel natuurlijk of spontaan. Zonder veel commentaar. Tot ze benoemd worden. Zo las ik onlangs nog over ‘karrelatie’, zijnde korte-afstand-relatie. Zij of hij hoort in de buurt te resideren, voor ‘t gemak van de liefde. Door dingen in een kadertje te prangen maken we ze voor iedereen heel zichtbaar en daardoor ook gemakkelijk te verfoeien of te verheerlijken. Te voorzien van eigengereid commentaar dus. Om zodoende alweer een eeuwenoude waarheid te bevestigen dat niet de werkelijkheid mensen raakt maar de wijze waarop ze met woorden in beeld, zeg maar in hokjes wordt gezet.
Dit proces prikkelde onlangs nog mijn zinnen bij het lezen van een interview. Met iemand die vooral bekend is geraakt door haar nog bekendere vader. Een zij. Welopgevoed, kansrijk omringd en gestimuleerd. Getrouwd, huisje, tuintje, kindje en zelfs een kat en hond. Tot de scheiding. Maar in dit laatste hokje voelt zij zich niet thuis. Wegens geen afgezonderd bestaan in letterlijke zin ten opzichte van haar ex. Er is nog gestaag contact, wisselwerking, zelfs aimabele vriendschappelijkheid. Ongeveer zoals het was voor ze trouwden. Dat laatste is er nu niet meer. Ze voelt zich dus enkel ‘onttrouwd’ maar niet gescheiden. Niet meer en niet minder.
Heerlijke gedachtekronkel. Een andersoortige kadrering in woorden die de hardheid van wat we doen of ons overkomt verzacht. Op ons gezicht een glimlach tovert en verleidt tot nieuwe bedenksels. Zoals: ‘We hadden ooit een klik maar zijn nu ontklikt!’
Enjoy the road
jijikwij