‘Mis je me ?’
zaterdag 8 november 2025
Mis je me Dat vroeg ze hem. Aan de telefoon, wegens niet in zijn buurt. Hij voelde zijn bovenrug onwillekeurig krommen. Gerommel met neurotransmitters ter hoogte van concurrerende synapsen in zijn brein. En dan het onvermijdelijke: ‘Euh….euh…. . ’ Om dan toch te landen: ‘Neen, dat gevoel heb ik niet echt.’
Stilte aan de overkant. En dan hij weer: ‘Nu toch niet.’ Om in te kapselen met verzachtende omhulling. Maar stilte dwingt. Tot verbreken met nieuwe woorden of gedachten: ‘Ik voel me op dit moment content.’, zo vervolgde hij. Dus dat hij niet iets of iemand miste. Waarop zij onthulde dat gemist worden wel iets doet met haar gevoel van zelfwaarde, het gevoel van waarde te zijn voor iemand anders. Hij bevestigde empathisch om dan weer de eigen focus uit te leggen:’Dat hij in alleenheid zich vrijelijk amuseerde maar dat haar aanwezigheid hier en nu hem wel deugd zou doen.’ Met: ‘Of dat dan iets anders is dan iemand missen?’ joeg ze zijn gedachten richting vakkennis. Psychologie. ‘Toch wel. Ik loop niet ijsberend rond omdat je niet hier bent. Ik voel me niet neerslachtig. Niet in een put die opgevuld moet worden. Ik heb niets tekort. Integendeel, het gaat goed met mij maar er kan natuurlijk meer. En dat bedoel ik.’
Haar stilzwijgen wees er niet meteen op dat ze instemmend begreep. ‘Klinkt nogal technisch. Uitleggerig.’ reageerde ze. ‘En of er dan iets fout is als je iemand mist?’ Deze link verraste hem. ‘Fout? Dat beweer ik geenszins. Maar er is wel een verschil.’ Bij deze laatste woorden bleef hij even steken om te bedenken hoe hij licht kon brengen in psychologische duisternis. Zonder uitleggerig over te komen. Want daar bleek ze gevoelig voor te zijn. Dus probeerde hij: ‘Wie mist voelt onrust, verwacht of eist. Omwille van een tekort. De aanwezigheid van de andere vult dan op, verdrijft irritatie, ongenoegen, onrust, depressieve gevoelens. Tijdelijk. Na ’t afscheid is het een beetje terug naar af. Naar gemistoestanden. Maar wie zich goed voelt in zijn/haar vel, ervaart iemands aanwezigheid als een surplus. Als het ware meer van hetzelfde. En dat gevoel van tevredenheid of voldoening blijft. Ook na ’t afscheid. Het is er niet afhankelijk van.’
‘Oef, als dat maar goed komt,’ dacht hij. En na enige aarzeling bewoog er iets aan de overkant. ’Is dat dan zoiets als met koffie? Bij wijze van voorbeeld. Ik heb ’s ochtends enkele bakjes nodig om me goed te voelen. Daarna kan ik van een extra bakje wel meer genieten. Dat klopt. Maar meer is ook eindig. Ergens stopt het. Totaal geen zin meer in koffie. Geldt dit laatste dan ook voor ons?’
Nu een onderbreking aan de hij-zijde. Deze spitsige vraag of bedenking had hij niet zien aankomen en dus floepte hij even uit de pedalen. Tekort aan evenwicht. ‘Curieuze vergelijking, maar ja, eigenlijk wel.’ probeerde hij omzichtig met enige luchtigheid in zijn stem. ‘Mensen, ook zij die elkaar graag zien, kunnen op een moment van elkanders aanwezigheid genoeg hebben. Even tekort aan alleenigheid en dus op te vullen door elkander even los te laten. Tijdelijk geen koffie om er weer zin in te krijgen!’
'Wil je me alsjeblieft eventjes stevig loslaten?’
Enjoy the road
jijikwij
geplaatst door jijikwij - 1728 keer gelezen
Vorige berichten
Allee Jef, zet u daar!
Ik struin rond in een park. Zomerse tijd. Het zwerk hel blauw. Het vele groen zongekleurd en welriekend. Wemelend jong volk. Herinneringen en heimwee. Lang geleden was ik er student zonder lief.
Ik ruik, voel, geniet met volle teugen. Ik kijk gulzig rond en zoom vooral in op mensenkoppels voor zover dat van buitenaf te zien is. Zoals vlak voor mijn neus. Hij een paar meter voorop, ietwat voorover gebogen, handen netjes op de rug. Zij er achteraan. Op een paar meters afstand. Haar gezichtje een beetje op donderweer. Hij kijkt af en toe om in haar richting en vangt onderweg veel schoon van deze studentenstad. Zo gaan ze hun gang.
Of daar. Hij en zij zitten naast elkaar op een terras. Ze kijken richting passerend volkje en produceren moeiteloos edoch eensgezind rechtlijnig commentaar. Niet veel positiefs zo te horen maar alles ter rechtvaardiging van het eigen gelijk en van hoe het vroeger allemaal beter was. Geen wolkje twijfel.Tot ze uit het niets aan het tafeltje naast hen, gezelschap krijgen. Een ander koppel, zo vermoed ik. Hij met verse sandaaltjes en witte sokken. Zij: ‘ Allee Jef zet u daar!’ En zo geschiedde. Met zijn rug naar de kleurrijke passage van mensen in vakantiestemming. De bediening laat een halve minuut op zich wachten maar dat is buiten haar gerekend. Zij veert op, stapt met stoute tred zelf naar de toog en komt terug met twee pintjes. Wat volgt is stilte. Het witte sokkenkoppel kijkt elkaar aan en fronst voor één keer woordeloos de wenkbrauwen. Tegelijk!
Ik struin verder en glijdt een beetje af in een jamber-roes: ‘Koppels. Wie zijn ze? Waar gaan ze naar toe? En waarom blijven ze bij elkaar?’ Tot ik er weer eentje in het vizier krijg. Veertigers of daaromtrent. Ze lopen dicht naast elkaar. Niet hand in hand maar met speels of uitdagend fysiek contact. Zo af en toe. En dan hun blikken. Ook af en toe richting elkaar in een wolk van warme verbondenheid. En stralend contentement. Geen woorden. Nu toch niet. Enkel samen ‘zijn’ in de stad waar voor mij veel begon. Ach hoe heerlijk lijkt dat. Misschien ooit nog eens echt.
Jij giechelt, ik lach
Jij glundert, ik smelt
Jij glimlacht, ik geniet
Om wat je woordeloos vertelt
Enjoy the road
Jijikwij
EEN WERKWOORD
Liefde is een werkwoord. We kennen deze quote. Partners moeten met elkaar praten en overleggen, duidelijke afspraken maken, gevoelens uiten, op een positieve manier feedback geven, de lasten evenredig verdelen, ook al eens rekening houden met de andere, conflicten of meningsverschillen constructief oplossen,…Deze en andere werkthema’s gaan niet echt over liefde maar over relaties. Daar zou dan moeten aan gewerkt worden. Dit klinkt aannemelijk want voor niets gaat de zon op. Maar het ene werken is het andere niet. Als je ’s ochtends monter en wel uit bed glijdt en staat te trappelen van ongeduld om te gaan werken, dan voelt dit als iets leuks, uitdagend, als iets wat energie geeft in plaats van kost, zeg maar als een soort hobby. Wanneer er dan op het werk spanningen, conflicten, meningsverschillen opduiken, dan ben je vragende of zelfs eisende partij om ze aan te pakken en op te lossen. Om eraan te werken als iets vanzelfsprekends. Maar als je ‘s ochtends bij de gedachte aan het werk jezelf als het ware letterlijk uit bed moet trekken, dan kleurt dat werken jouw dag niet.
Dit gaat ook op voor liefde en relaties. Waar er liefde is, voelt het vanzelfsprekend om stoorzenders aan te pakken. Dit kost allicht inspanning en moeite maar voelt niet aan als werken. Maar waar geen liefde is, wordt elke relatie een werkwoord dat helaas geen liefde zal voortbrengen.
Ik vergelijk liefde of wat we eronder verstaan nogal eens met een primer. Dit klinkt wellicht wat aards of oneerbiedig, wat niet mijn bedoeling is. Maar we kennen allemaal het nut van primers. Ze geven aan al wat er bovenop wordt geverfd of gevernist een mooiere kleur of glans, een grotere duurzaamheid. Zo vergaat het ook de liefde. Het is de basislaag waardoor relatievormen waarin die liefde gegoten is, pas goed tot hun recht komen en veel minder onderhevig zijn aan krassen, verkleuring of slijtage.
De verholen boodschap hierachter is natuurlijk dat partners of koppels wellicht eerder aan hun liefde moeten werken dan aan hun relatie. Maar kan dat wel of hoe doe je dat? Ik besef dat ik hiermee op glas ijs kom, want liefde kan je natuurlijk niet uitgieten in regeltjes, recepten of vaardigheden zoals je dan met relaties wel kan. Ze laat zich immers niet grijpen.
Dus partners of bijna-partners, gescheiden of nog net-niet-gescheiden-partners en alle stellen wie het interesseert: ga tegenover elkaar zitten en kijk elkaar een tijdje in de ogen of probeer dat in elk geval te doen. Word je er bewust van of dit zonder moeite lukt – toneeltje spelen in deze hou je toch niet lang vol - en ook nog warm aanvoelt. Als dit zo is, dan zit het met de liefde als primer alvast niet slecht. In het andere geval is er heel wat werk aan de winkel.
Liefde is wat jouw relatie draaiende houdt
Enjoy the road
jijikwij
ONTTROUWEN
Woorden. We kennen er veel. We ordenen ze in zinnen tot betekenis die we uitsturen of ontvangen. Met graagte of weerzin.
Maar woorden doen meer. Ze zijn niet neutraal. Ze hakken in op hoe we denken. Op wat we geloven of van overtuigd zijn. Op hoe we ons voelen en uiteindelijk op wat we doen en laten. Een filosofische gedachte allicht die roept om een beetje toelichting. Dat doe ik met graagte.
Ze ontmoeten elkaar datinggewijs of gewoon bij toeval. Daarna blijven ze elkaar zien. Af en toe. Op afspraak als het ware en als ze er zin in hebben. Om te spelen. Om te genieten. Ieders lastigheid in of met het bestaan te passeren, uit de weg te gaan. Ze kiezen voor genot. Leuke doenderij samen, die in het oog van omgevingspassanten nieuwsgierigheid uitlokt. Omwille van niet goed kunnen plaatsen wat ze aan het doen of laten zijn. Tot op een dag iemand het licht aansteekt. Er een woord op plakt: ‘friends with benefits’. En daar gaan we dan. Het nieuwe etiket geraakt snel verbreid. Gekoppeld aan veel oordelen en reacties: ‘Ha…zo egoïstisch. Zonder verantwoordelijkheid of engagement. Typisch voor deze tijd.’
Hoe mensen met elkaar omgaan verandert voortdurend. Er ontstaan haast secondegewijs nieuwe of andere fenomenen of processen in relatieland. Ze passeren in den beginne algeheel natuurlijk of spontaan. Zonder veel commentaar. Tot ze benoemd worden. Zo las ik onlangs nog over ‘karrelatie’, zijnde korte-afstand-relatie. Zij of hij hoort in de buurt te resideren, voor ‘t gemak van de liefde. Door dingen in een kadertje te prangen maken we ze voor iedereen heel zichtbaar en daardoor ook gemakkelijk te verfoeien of te verheerlijken. Te voorzien van eigengereid commentaar dus. Om zodoende alweer een eeuwenoude waarheid te bevestigen dat niet de werkelijkheid mensen raakt maar de wijze waarop ze met woorden in beeld, zeg maar in hokjes wordt gezet.
Dit proces prikkelde onlangs nog mijn zinnen bij het lezen van een interview. Met iemand die vooral bekend is geraakt door haar nog bekendere vader. Een zij. Welopgevoed, kansrijk omringd en gestimuleerd. Getrouwd, huisje, tuintje, kindje en zelfs een kat en hond. Tot de scheiding. Maar in dit laatste hokje voelt zij zich niet thuis. Wegens geen afgezonderd bestaan in letterlijke zin ten opzichte van haar ex. Er is nog gestaag contact, wisselwerking, zelfs aimabele vriendschappelijkheid. Ongeveer zoals het was voor ze trouwden. Dat laatste is er nu niet meer. Ze voelt zich dus enkel ‘onttrouwd’ maar niet gescheiden. Niet meer en niet minder.
Heerlijke gedachtekronkel. Een andersoortige kadrering in woorden die de hardheid van wat we doen of ons overkomt verzacht. Op ons gezicht een glimlach tovert en verleidt tot nieuwe bedenksels. Zoals: ‘We hadden ooit een klik maar zijn nu ontklikt!’
Enjoy the road
jijikwij